hans-klasien
Welkom
Algemeen
Reisverslag 2006
Reisverslag 2008
Reisverslag 2010
WK Amsterdam 2008
Foto's 2006 Colombia
Foto's 2008 Colombia
Foto's 2010 Colombia
Favoriete links
Colombia
Kaarten departement
Villa de Leyva
Colombia

De Republiek Colombia is een land in het noordwesten van Zuid-Amerika. Het grenst in het noorden aan de Caribische Zee, in het oosten aan Venezuela, in het zuidoosten aan Brazilië, in het zuiden aan Peru en Ecuador, en in het westen aan Panama en de Grote Oceaan.

Geografie

Er zijn  in Colombia in grote lijnen 5 gebieden die onderscheiden kunnen worden naar klimaat en landschap.

  • Het Andesgebergte in het westen. Hier woont het grootste deel van de bevolking voornamelijk in de miljoenensteden Bogotá, Medellín en Cali.
  • De Caribische kust. Ook hier bevinden zich enkele belangrijke bevolkingscentra, zoals Cartagena.
  • De Pacifische kust
  • De vlaktes van de Orinoco
  • Het oerwoud van de Amazone (het Orinoco- en Amazone-gebied beslaat tezamen 54 % van de oppervlakte van Colombia, maar er woont maar 3 % van de Colombianen)
Klimaat

Colombia ligt vrijwel op de evenaar maar door de grote hoogteverschillen komen er vier verschillende klimaatzones voor. 83% van het land ligt lager dan 1000 meter en de gemiddelde temperatuur is er 24°C. 9% van het land ligt tussen 1000 meter en 2000 meter hoogte met een gemiddelde temperatuur van 18°C. 6% van het landoppervlak ligt tussen 2000 en 3000 meter met een gemiddelde temperatuur van 12°C. Eeuwige sneeuw vindt men boven 4500 meter hoogte. 

De seizoenen worden in Colombia eerder gekarakteriseerd door regenval dan door temperatuurswisselingen. In de lage gebieden aan de Caribische kust (het noorden) is er een droog seizoen van december tot maart, de rest van het jaar is het regenachtig. In het zuiden wordt het regenseizoen onderbroken door een periode van minder regenachtigheid in juni en juli, en aan de Pacifische kust komt een droog seizoen bijna niet voor.

Water

Door de vele gebergtes is Colombia rijk aan rivieren. Het merendeel hiervan stroomt in en naar het oosten. De belangrijkste rivieren in het noorden zijn de Meta, de Vichada en de Guaviare (allen in het stroombekken van de Orinoco). In het westen van het land stroomt de Magdalena in de dalen van de Andes en de Cauca.

Flora

Colombia is zeer rijk in plantengroei; grote delen van het land zijn met tropisch regenwoud bedekt. Aan de kust komen mangrovebossen voor. De bovenloop van de Magdalena is grotendeels begroeid door savanne, de ‘’llanos’’.
De kerstorchidee (‘’Cattleya trianae’’) is de nationale bloem van Colombia.

Bestuurlijke indeling

Colombia is een eenheidsstaat die bestaat uit 32 departementen plus het Hoofdstedelijk District. Staatshoofd en regeringsleider van het land is Álvaro Uribe Vélez.

Bevolking

De meeste mensen wonen in het Andesgebied en het Caribisch kustgebied. Zo’n 70% van de colombianen woont in stedelijke steden. Slechts een klein percentage van de bevolking is autochtoon. Ongeveer de helft van de bevolking bestaat uit Indiaans-blanke mestiezen, 20% is blank en 23% is van blank-negroïde afkomst. Het merendeel van de bevolking spreekt Spaans en is rooms-Katholiek.

Geschiedenis van Colombia

In het precolumbiaanse tijdperk werd het land bewoond door inheemse volken met verschillende niveaus van beschaving en organisatie. De oudst gevonden resten van menselijke bewoning dateren van 16400 jaar geleden. Het betreffen resten van gereedschap die gevonden zijn nabij Girardot. De oudste resten van  menselijke lichamen zijn 12500 jaar oud en gevonden bij Zipaquirá. Beide plaatsen liggen in het relatief droge Andesgebied.

Tot 1810 was het land een kolonie van Spanje en een belangrijke bron van goud maar in dat jaar verklaarde Colombia zich onafhankelijk. Spaanse troepen onder leiding van generaal Pablo Morillo veroverden het land echter na de Napoleontische oorlogen terug. Pas in 1819 was er sprake van een echte onafhankelijkheid onder leiding van Simón Bolívar en Francisco de Paula Santander. Simón Bolívar werd de eerste president van Colombia.

Colombia bestond toen nog uit het huidige Colombia en Ecuador, Venezuela en Panama. In 1830 werd Bolivar afgezet wat leidde tot het uiteenvallen van de Republiek. Ecuador en Venezuela ontstonden als onafhankelijke staten, Panama bleef nog onderdeel van Colombia tot 1903. Van het begin af was de politieke situatie onrustig o.a. omdat het politieke stelsel uit slechts twee partijen bestond, de liberalen en de conservatieven. Deze tweedeling kwam ook ruwweg overeen met de sociale tweedeling van het land: aan de kust wonen de ‘costeños’, veelal afstammelingen van de slaven - in het centrale hoogland wonen de ‘cachacos’, de Spaanse afstammelingen.  Als gevolg van de desolate economische situatie, verschillende staatsgrepen en voortdurende gewelddadige conflicten begon in 1899 de 1000-daagse Oorlog tussen de regerende conservatieven en troepen van de liberalen. De oorlog, die tot 1902 duurde, zou uiteindelijk tussen de 60.000 en 130.000 levens eisen en het land vernield achterlaten. In 1903 leidde een opstand, gesteund door de VS die het Panama-kanaal wilde bouwen,  tot de afscheiding van Panama.
In 1928 vond het bloedbad van de Bananenstaking plaats. De Amerikaanse United Fruit Company had een monopolie in de bananenplantages en buitte de werknemers uit. De staking werd met geweld gebroken met honderden slachtoffers als gevolg.
Vanaf 1948 vond een bloedige volksopstand plaats nadat de liberale presidentskandidaat Jorge Eliécer Gaitán werd vermoord. De volksopstand in Bogotá, met 2500 doden tot gevolg, verspreidde zich over het gehele land. Deze strijd, bekend als ‘La Violencia’, heeft het leven gekost aan waarschijnlijk meer dan honderdduizend mensen. Steden en dorpen werden platgebrand en meer dan een miljoen mensen vluchtten naar Venezuela. Van 1953 tot 1957 leidde generaal Gustavo Rojas Pinilla een militaire dictatuur. In een poging om politiek geweld en autoritair optreden te stoppen spraken de twee grote politieke partijen, de Conservatieven en de Liberalen, in 1958 af om afwisselend het bestuur van het land over te nemen. Deze periode duurde tot 1974 maar van 1965 tot 1968 werd de staat van beleg nog uitgeroepen als gevolg van geweld van linkse guerrilla’s en opstand vanuit de Universiteit van Bogotá. De huidige grondwet dateert van 1991.

De huidige politieke situatie is onrustig. Tegenover de overheid ontstonden linkse guerrillagroepen FARC en ELN. Grootgrondbezitters hadden van oudsher hun eigen legertjes ter verdediging van hun land. Restanten hiervan vormen nu nog de vele paramilitaire rechtse strijdgroepen. Met de opkomst van de cocaïneproductie bewapende de maffia zich ook op grote schaal. Op dit moment is een ideële scheiding niet duidelijk. Zo maakt de maffia gebruik van bescherming door de guerrilla en financiert de guerrilla de oorlog tegen de overheid met drugsgeld.  De strijd tegen paramilitair geweld, guerrilla, cocaïnemaffia, corruptie en machtsmisbruik is van voortdurende invloed op de politieke situatie.
Zo werd in 2002 nog presidentskandidaat Ingrid Betancourt, voorstander van dialoog, door de linkse guerrillagroep FARC ontvoerd. Deze factoren maakten het voor buitenlandse investeerders een onaantrekkelijk land en dat weerspiegelt zich in de economische situatie. De huidige president Álvaro Uribe Vélez volgt enerzijds een harde lijn tegen de terreur en probeert anderzijds grip te krijgen op de paramilitaire groepen door overeenkomsten te sluiten en ze te integreren in leger en politie. Door de harde lijn wordt de FARC in de verdediging gedwongen en verbetert de economische situatie enigszins. De cocaïne-maffia wordt met wisselend succes bestreden in de War on Drugs, grotendeels gefinancieerd door de Verenigde Staten.

WelkomAlgemeenReisverslag 2006Reisverslag 2008Reisverslag 2010WK Amsterdam 2008Foto's 2006 ColombiaFoto's 2008 ColombiaFoto's 2010 ColombiaFavoriete links